Delfzijl – Van 10 april tot en met 2 november is in Museumhuisje ‘t Hoeske van opoe Iet in Delfzijl de tentoonstelling ‘Middagmaal’ te zien, waarin de eetcultuur van de 18e en 19e eeuw centraal staat. De expositie biedt een unieke kijk op het dagelijkse leven van vroeger, met bijzondere aandacht voor de warme maaltijd die destijds rond het middaguur werd genuttigd.
In de 19e eeuw bestond het hoofdvoedsel voor veel Nederlanders — en met name Groningers — uit aardappelen, lokaal ook wel ‘eerabbels’ of ‘eerappel’ genoemd. Deze werden gegeten als pap, stamppot of zelfs als beleg op brood. Smaken werden versterkt met azijn, mosterd, gebakken uien, bonen of wortels. Luxe was er nauwelijks, maar vindingrijkheid des te meer.
Wat we nu het avondeten noemen, stond toen bekend als het ‘middagmaal’, en werd meestal rond vijf uur genuttigd. De term bleef tot ver in de twintigste eeuw in gebruik en is nog terug te vinden in kook- en huishoudboeken uit de jaren dertig. Opmerkelijk genoeg betekende ‘vroeg eten’ in die tijd niet dat men eerder op de avond at, maar dat er tussen de middag warm werd gegeten — iets dat onder de elite uitzonderlijk was, maar onder boeren, winkeliers en plattelandsbewoners heel normaal bleef tot na de Tweede Wereldoorlog.
De expositie ‘Middagmaal’ toont authentiek kookgerei uit de 18e en 19e eeuw, zorgvuldig bewaard en geselecteerd om een beeld te geven van het koken en eten in een tijd waarin eenvoud en zuinigheid de boventoon voerden.
Te zien van 10 april t/m 2 november bij Museumhuisje ‘t Hoeske van opoe Iet aan de Jacob van Heemskerkstraat 10
9934 GV in Delfzijl.